dinsdag 25 februari 2014

De school als leer- en werkplek in 2030

Vorig jaar gaf Pascal Smet de opdracht aan aan het Department Onderwijs en Vorming om een project uit te werken over 'De school als leer- en werkplek in 2030'. Er ontstond een partnerschap met de Koning Boudewijnstichting en de Vlor.

Afgelopen zomer organiseerden deze partners een 'Leerlab' voor creatievelingen van binnen en buiten het onderwijs. Verschillende deskundigen werden ter inspiratie uitgenodigd, waaronder ook onze school. Met die inspiratie gingen de deelnemers aan de slag om te denken, dromen en ontwerpen hoe het onderwijs er in de toekomst kan uitzien.

In het najaar werd op een participatieve conferentie de ideeën voor het 'Learning Park 2030' aan een ruime groep mensen voorgelegd. Tijdens de conferentie ging die grote groep aan de slag om expertise, ervaring en ideeën aan het voorstel toe te voegen.

Onlangs verscheen 'De nieuwe school in 2030', het verslag van die gemeenschappelijke verkenning
Het is een mooi document geworden waarin zowel vragen, als ideeën, als hefbomen om innovatief aan de slag te gaan vermeld worden.
  1. De toekomstige samenleving is in toenemende mate superdivers, met zeer gevarieerde leefwerelden, culturele verschillen en veeltaligheid. Tegelijk is er de wens om leeromgevingen af te stemmen op individuele verschillen en persoonlijke voorkeuren. Niet alleen om de ‘leeropbrengsten’ te vergroten, maar ook om recht te doen aan wensen van welbevinden, betrokkenheid en motivatie. 

Wij kunnen ons er nu al in vinden en hopen dat 2030 er snel mag zijn. Het volledige document kan je hier lezen.





dinsdag 18 februari 2014

Onderwijsvrijheid

Onderwijsdecreet XXIII zet de onderwijsvrijheid op de helling. Sudbury School Gent & Het Leerhuis gaan in beroep. Jouw gift kan het verschil maken.

De onderwijsvrijheid, een fundamenteel recht om onderwijs in te richten dat de Belgische grondwet garandeert aan elke burger, staat op de helling door de bepalingen van het nieuwe Onderwijsdecreet XXIII dat op 1 september 2013 in alle stilte in werking is getreden. Omdat we dat niet zomaar laten gebeuren, hebben Het Leerhuis en Sudbury School Gent besloten bepaalde artikelen van dit decreet aan te vechten bij het Grondwettelijk Hof. We staan daarin trouwens niet alleen: ook andere belanghebbenden uit het particulier onderwijs en het huisonderwijs hebben rechtszaken bij het Hof lopen.

Wat is er concreet veranderd door het decreet?
1) De Sudbury-scholen vallen nu onder het huisonderwijs. We hebben niks tegen huisonderwijs, maar vinden dat we als georganiseerde particuliere scholen niet onder deze noemer horen. De inrichting van het huisonderwijs biedt geen passend kader aan democratische scholen die werken op basis van zelfsturend leren.
2) Ouders hebben niet langer de vrijheid om hun kind op om het even welk moment tijdens het schooljaar in onze scholen in te schrijven. Bij latere aanmelding dan 3 september moet er een procedure via het CLB worden gevolgd. In het slechtste geval kan het CLB een negatief advies tegen de keuze van ouders uitbrengen. Deze bepaling belemmert potentieel de groei van onze scholen.
3) Op 13 en 15 jaar moeten verplicht via de examencommissie specifieke kwalificaties worden behaald. Dit valt niet te rijmen met het flexibele leertraject op basis van persoonlijke motivatie en interesses dat een Sudbury-school biedt.

Wat staat er op het spel?
1) De integriteit van particuliere scholen die onderwijsvernieuwend werken op basis van een concept dat al ruim 45 jaar in een 30-tal scholen in de Verenigde Staten en Europa met succes jonge mensen naar volwassenheid leidt.
2) De mogelijkheid om een waardevol leerparcours af te leggen buiten het gesubsidieerde schoolsysteem.
3) De ruimte om een heldere pedagogische visie in de praktijk te brengen zonder dat deze door voortdurende inmenging van de overheid verwatert.
4) De mogelijkheid voor ouders om in alle vrijheid pedagogische keuzes voor hun kind te maken.

Waar vragen we de overheid om?
1) De afschaffing van de artikels in Onderwijsdecreet XXIII die de onderwijsvrijheid ondergraven.
2) Overleg, samen met alle betrokkenen, over een passend kader voor het particulier onderwijs en het huisonderwijs in Vlaanderen.

Waar vragen we jou om?
De rechtszaak die wordt aangespannen zal de Sudbury-scholen samen minimum €6000 kosten. Al dit geld zal niet kunnen worden besteed aan het creëren van een inspirerende leeromgeving voor de studenten.

Elke donatie is dan ook heel erg welkom! We rekenen op jouw hulp om de onderwijsvrijheid in Vlaanderen te vrijwaren en het voortbestaan van Sudbury-onderwijs veilig te stellen!

Giften kunnen worden gestort op BE53 5230 4281 3653 (Leerhuis vzw) met vermelding van Beroep Decreet XXIII.

Op het einde van de gerechtelijke procedure komt er ook een openbare zitting, waarop je via onze websites, sociale media en mailings zal worden uitgenodigd.

Hartelijk dank voor je steun!

Het team en de studenten van
Sudbury School Gent http://www.sudbury.be/
Het Leerhuis - Kortenberg http://hetleerhuis.org/

zondag 2 februari 2014

Omgekeerde wereld



Vorige week op de bus terug naar huis. Ik heb net mijn dochter (8 jaar) naar school gebracht. Bij de volgende bushalte stapt er een hele klas jongeren op van een jaar of 17. “Wat ga jij meevolgen?” “Ik wil zeker het vak bedrijfsmanagement meevolgen en jij?” “Ik zit te denken aan rechten. Daar kan je nog alle kanten mee op.”

Ik merk bij mezelf de monoloog die zich begint af te spelen in mijn hoofd: “Waarom zou je je zo vasthouden aan die bepaalde richtingen? Het leven zit vol mogelijkheden. Er zijn legio ideeën om later je brood mee te verdienen. Niet als je in een vakje geduwd wordt. Dan kan je maar kiezen uit een beperkt aanbod wat binnen dat diploma valt. Maar als je nu omgekeerd tewerk gaat: eerst gaat kijken wat je zelf graag doet, wat je wil bereiken/ veranderen in de wereld om je heen en dan gaat kijken welke studie of welke vakken van verschillende studies je daarvoor nodig hebt. Dan zou het werkloosheidsprobleem ook opgelost zijn (misschien iets te idealistisch, maar dromen mag toch).”

Deze monoloog komt deze week in een andere vorm terug bij me naar boven. Mijn dochter heeft het even moeilijk op school. Ze worstelt met de vragen wie ze is, wat ze graag doet, of ze best meeloopt met de anderen of eerder haar eigen zin doet (waardoor ze dan misschien wel alleen is). Vragen die ik me nu, na 40 jaar, stel. Waarom is het in de huidige maatschappij belangrijkst eerst alle kennis te vergaren van rekenen, taal en wetenschappen om pas daarna alle kennis over het leven te verzamelen? Is het niet logischer om eerst de wereld te leren kennen, te weten hoe het werkt, hoe het voor jou werkt.

Als proef op de som vroeg ik onlangs enkele mensen uit mijn kennissenkring die net of bijna op pensioen zijn: “Als je terugkijkt op je carrière, ben je tevreden of had je het liever anders gedaan?” “Ik heb een goed leven gehad: ik ben nooit werkloos geweest, nooit ontslagen en heb met het geld bijna alles kunnen doen wat ik wou op vlak van reizen, dingen kopen, … Het was een job, maar ik heb niet het verschil kunnen maken waar ik vroeger wel van droomde.”

Dit antwoord is voor mij voldoende om te beseffen dat je best eerst naar jezelf op zoek kan en dan naar de kennis die nodig is om het meeste uit het leven te halen.

maandag 14 oktober 2013

Het Excursiegezelschap

Op een Sudbury school kunnen studenten en staf met gezamenlijke interesses zich verenigen in gezelschappen. Een gezelschap werkt als een kleine mini-onderneming binnen de school. Zo zijn er o.a. een bibliotheekgezelschap, spelgezelschap, computergezelschap,... Elk gezelschap heeft een specifiek thema waar de leden van dat gezelschap verantwoordelijkheid voor opnemen. Elk gezelschap kan budget aanvragen bij de schoolmeeting. Ze beheren dit budget zelf en houden hun boekhouding bij.

September, het nieuwe schooljaar begint. Een nieuwe student wil graag op uitstap en komt, na wat rondvragen, terecht bij het excursiegezelschap. Dit gezelschap organiseert uitstappen voor de school. Ze maken per uitstap een gedetailleerd plan op en leggen dat ter goedkeuring voor aan de schoolmeeting.

Lotte (net geen 6) wil graag op uitstap en wil ook wel bij het excursiegezelschap aansluiten. Dus het excursiegezelschap plant zijn eerste bijeenkomst van het jaar. Als eerste agendapunt wordt Lotte aangenomen als lid van het gezelschap. Dan doen we een evaluatie van het voorbije schooljaar: Hebben we onze doelen voor dat jaar bereikt? Hadden we voldoende budget? Het was fijn om vorig jaar 5-koningen te gaan zingen en met de opbrengst naar toneel te gaan. …   
Dan nemen we afscheid van een lid dat niet langer in dit gezelschap wil zitten omdat hij nu andere prioriteiten en interesses heeft. Het volgende punt is een vooruitblik op het komende jaar: Welke uitstappen willen we zelf organiseren? Zijn er aanvragen voor uitstappen? Gaan we terug iets doen om een extra duit in het zakje te brengen, vb soep verkopen op de boerenmarkt op vrijdag?

Jente (8) die ook nieuw is en aansluiting vindt bij Lotte, wil ook graag bij het excursiegezelschap komen. De volgende bijeenkomst nemen we haar aan als lid en maken plannen voor onze eerste uitstap naar DOK, het doel: lekker spelen en ravotten, ook als het regent, want er is een grote overdekte hal waar je kan skaten en rennen en waar de auto-piano staat van het project 123-piano. We maken een heus plan op: Welke dag gaan we en hoe lang? Met welke bus? Wanneer vertrekt die? Hoeveel kost de hele excursie? Wie gaat mee?

Op donderdag wordt ons plan, na wat kritische vragen, goedgekeurd door de Schoolmeeting. We maken briefjes waarop info staat voor de ouders en er komt een strookje aan waar ouders toestemming geven voor deelname aan de uitstap. Jente en Lotte delen de briefjes uit en verzamelen de volgende dag de strookjes van de studenten die mee willen.

Stan (7) vindt al die activiteit bij het excursiegezelschap wel leuk en wil er ook graag bij. DOK viel goed in de smaak en willen we dus snel nog een keer doen, nu het nog kan. We plannen een nieuwe vergadering voor ons gezelschap, daarop wordt Stan aangenomen en verkozen tot voorzitter (vanaf nu leidt hij de vergaderingen), Maaike (35) wordt verkozen tot penningmeester (beheert het geld v/h gezelschap) en secretaris (maakt verslagen van de  beslissingen die worden genomen). 

Het is begin oktober en een nieuwe excursie is in de maak: zwemmen in het tropisch zwembad van de Rozebroeken. Dit is wat moeilijker te organiseren. Verschillende studenten kunnen nog niet (goed) zwemmen. We zoeken dus extra begeleiding om mee te gaan. Na wat rondvragen vinden we een ouder en een ex-staflid om ons te vergezellen. Maar zwemmen in zo’n leuk bad is duur. Hoe gaan we dat betalen? Als we voor iedereen betalen zijn we al bijna 3/5 van ons jaarbudget kwijt. Er komt een voorstel: “Elke deelnemer betaalt zelf een stuk.”. Na wat gepraat over hoeveel dat dan moet zijn, beslissen we door stemming dat iedereen die mee wil gaan zelf €2,5 betaalt. En als we in totaal met 15 zijn krijgen we groepskorting. Dus om een beeld te krijgen van onze uitgaven gaan Jente, Lotte en Stan rond met een lijst om te kijken wie allemaal mee wil. Tegen vrijdag leggen we alle verzamelde informatie samen en maken we een nieuw excursieplan op. Ondertussen kijkt iedereen al uit naar ons zwemuitje. 

Have a little faith in me


(Onderstaande is een tekst van een mama met kinderen op Sudbury School Gent)

Vertrouwen, het lijkt zo moeilijk te geven en toch is het broodnodig in de ontwikkeling van jonge mensen.

Waarom het noodzakelijk is, daar mocht ik op een zonnige middag in de speeltuin getuige van zijn.
Mijn jongens (4 en 6) wilden graag naar een wat kleinere speeltuin in de buurt. Ik dacht dat we daar snel weg zouden zijn omdat de speeltuin voor hen niet veel uitdaging bood. Maar ik was weer eens te snel in mijn oordeel.
  
De uitdaging bestond erin om van het dak van de ene wagon naar het dak van de andere wagon te springen. Ik ging lekker in de zon zitten lezen. Niet omdat ik een moeder ben die niet om haar kinderen geeft of niet naar hen omkijkt, maar omdat ik gerust ben in het kunnen van mijn kinderen.
Ik wordt daar regelmatig op aangesproken:” Amai, dat zijn wel kwieke mannekes, die durven, ge moet uw hart wel steeds vasthouden zeker”.

Ik ken mijn kinderen natuurlijk al langer dan vandaag. Ik weet hoe snel ze zich konden rechttrekken, lopen, trappen klimmen, etc. Ik was erbij toen ze die vaardigheden oefenden, ik liet ze de ruimte, maar bleef in de buurt. Ze probeerden uit en ik kon vaststellen dat ze eigenlijk nooit buitensporige risico's namen. Het zag er steeds heel goed ingeschat en berekend uit.



Ik zat daar dus op de bank in de zon gerust te wezen, vertrouwen te hebben in mijn kinderen en hun capaciteiten. Ik hoorde en zag, tussen het lezen door, hoe ze overlegden, elkaar aanmoedigden en op en af klommen om in eerste instantie inzicht te krijgen in de te overbruggen afstand. En om te juichen als ze erin slaagden om over de kleinste opening te springen.

Na een 20-tal minuten was het tijd voor 4-uurtje. Ondertussen kwam er een grootmoeder aan met haar kleinzoon, die ik qua leeftijd tussen mijn jongens in schatte. Hij was bijna een hoofd groter dan de jongste. Ze gingen samen met de oma en de jongen treintje spelen, ticketjes kopen, uitdelen, vertrekken naar verre locaties en aankomen na een fractie van een seconde.

Mijn jongens klommen uiteindelijk terug op het dak en het andere jongentje wou dat ook. Na overleg met de oma mocht het blijkbaar en oma hielp de jongen op het dak. Toen die aanstalten maakte om te springen hoorde ik haar luid zeggen:”Nee, niet doen, dat kan je niet, dat is te gevaarlijk”
Dat leek voor mijn mannen het signaal bij uitstek om hun nieuw verworven kunsten te tonen. Het jongentje zag het aan, maar werd bij elke poging tot springen tegengehouden door oma.


Toen mijn oudste voor het eerst aanstalten maakte om over de grootste opening te springen hoorde ik de dame tegen hem zeggen:”Pas maar op als je valt, je gaat je tanden breken en je neus gaat bloeden”.

Ik weet niet meer of ik toen zoiets gezegd heb als “'t Is ok, G”, ik was in ieder geval behoorlijk verbijsterd dat iemand mijn kind zo de daver op het lijf probeerde te jagen. Maar het kwaad was geschied. Mijn 6-jarige twijfelde, keek me aan en en vroeg “Mama, kan ik het?”
“Dat weet je zelf beter dan ik, G”
“Mag ik mama?”
“Je doet het al de hele tijd. Als ik het zo aan zie, denk ik dat het je best lukt”

En toen sprong hij: lenig en sierlijk als een echte kleine atleet. Met het grootste gemak, met ruimte over. Opluchting, trots en triomf waren uit zijn blik af te leiden.
Het andere jongentje stond te popelen om het ook te proberen. Maar hij mocht en kon het niet volgens oma. Dus klom hij op en af en op en af.


 Uiteindelijk stond het jongentje samen met mijn jongste aan de kleinste overbrugging, klaar om te proberen, toen oma hem alweer tegenhield:”Nee, je kan het niet, niet doen!”
Uit het niets kwam de luide vastberaden stem van mijn jongste:” Hij kan het wel.” En tot de jongen:”Doe maar, je kan het best!”
Alweer stond ik erbij en keek ernaar. Met toch wat zin om onder de bank te kruipen. Maar ik bleef zitten en keek ernaar en gaf uiterlijk geen krimp.


En zowaar, het jongetje mocht proberen. Toen hij zich schrap zetten voor de afsprong, kwam oma tussenbeide:” Nee, da’s te ver, dichter bij de rand gaan staan.”
Uiteindelijk sprong het jongentje, behoorlijk houterig, met de hakken over de sloot. Gejuich van mijn jongste:”Zie je wel dat hij het kan!”

Oma en kleinzoon zochten andere oorden op en wij gingen op weg naar huis.  Mijn mannen los huppelend, ik mijmerend over wat ik had gezien

Als kinderen vertrouwen krijgen, leren ze zichzelf en hun grenzen kennen. Ze hebben moed om nieuwe uitdagingen aan te gaan. Zijn niet bang om te vallen en opnieuw te proberen, en ervaren aan den lijve dat moeilijke dingen pas geleerd worden met vallen en opstaan.

Have a little faith in them!

Maaike Eggermont

zaterdag 23 maart 2013

Vrij spel



De vrijheid om te spelen is erg belangrijk op Sudbury scholen. Los van het vaak genoemde kinderrecht op spelen, wijst heel wat recent onderzoek ook op het feit dat spelen cruciaal is in de ontwikkeling van elk kind.
Zelfs in het bedrijfsleven komt men er zo langzaam aan achter dat ruimte voor ontspanning en vrij te besteden werktijd de productiviteit bevorderen.
Het belang van vrij spel – cruciaal voor de ontwikkeling en mentale gezondheid – wordt in onze westerse wereld gigantisch onderschat door ouders en onderwijs, volgens vooraanstaand psycholoog Peter Gray, auteur van het onlangs verschenen boek “Free To Learn”.  
Gray vermoedt dat er een verband is tussen het inperken van de vrijheid van kinderen en het toenemen van het aantal psychologische problemen. Vrij spel is dus veel meer dan gewoon leuk, maar een belangrijke voorwaarde voor een gezonde geestelijke ontwikkeling. Dat blijkt ook uit dit artikel dat onlangs in Klasse verscheen.
Onder vrij spel verstaan we spel dat gestructureerd is door de spelers, en niet door een externe autoriteit. Spelers beslissen zelf wat en hoe ze spelen en hebben de vrijheid om regels en doelen aan te passen tijdens het spel.
Laten we er even bij stilstaan wat je uit spelen allemaal kan leren.
Een van de belangrijkste evolutionaire doelen van sociaal spel is dat het kinderen leert hoe ze respectvol met elkaar kunnen omgaan, als gelijken, op een manier die tegemoet komt aan ieders noden en verlangens, ongeacht hun leeftijd, grootte, kracht en vaardigheden. (Free to Learn, p34)
Speel-tijd geeft ook ruimte aan het brein om dingen te verwerken. Op onze Sudbury school zien we vaak dat kinderen na een korte instructie of uitleg geen lange en intensieve inoefenperiode inlassen, maar net met iets totaal anders bezig zijn en de materie als het ware laten rijpen. Na verloop van tijd, soms zelfs een aantal weken, stellen we vast dat ze de materie wel degelijk onder de knie hebben. Vergelijk het met het denken aan die ene bekende acteur, het ligt op het puntje van je tong, maar je komt er niet op. Later, in een totaal andere context, schiet het je ineens te binnen.  Of hoe vaak horen we niet vertellen dat kinderen tijdens de grote vakantie een ‘serieuze onwikkelingssprong’ hebben doorgemaakt.
Door spel leren kinderen o.m. omgaan met keuzes maken, motivatie, zichzelf richting geven, falen, uitproberen. Zo leren ze zichzelf kennen.
In vrij spel heb je steeds andere spelers, je neemt andere rollen aan en leert steeds andere lessen. Je leert ook de behoeften en grenzen van anderen herkennen en er rekening mee houden.
Door in spel zelf regels te maken krijgen kinderen begrip voor structuren en inzicht in organiseren.
En last but not least: de fun-factor. Leren mag en kan ook gewoon leuk en spontaan zijn. We weten allemaal dat dwang en weerstand niet meteen leiden tot meer betrokkenheid, en ondernemers- en leerzin.

Daarom krijgen studenten op een Sudbury school de ruimte om vrij te spelen, zonder van bovenaf bepaalde gestructureerde hoeken en hokjes waar enkel volgens bepaalde regels en gedurende een welbepaalde tijd gespeeld mag worden.

Wie meer wil weten over vrij spel en 'Free to Learn' kan een lezing van Peter Gray  bijwonen op 11 april in Amersfoort. Meer info vind je hier.
Op de website 'Psychology today' schrijft Peter Gray ook regelmatig boeiende artikels op zijn blog 'Freedom to Learn'.







dinsdag 12 juni 2012

School zonder examens


Volgens de gemiddelde tiener moet het een van de meest sadistische uitvindingen uit de geschiedenis zijn: examens. Vooral die aan het eind van het schooljaar, net wanneer de zomer zich aankondigt, wanneer de zon iedereen richting strand, terras, park en tuin jaagt en tieners hun gierende hormonen voelen opspelen.

Gezucht, gezweet, korte nachten, bezorgde ouders die op kousenvoeten door het huis sluipen met schotels vol lekkers en krachtvoer. U kent het wel, is het niet uit eigen ervaring, dan op z’n minst van horen zeggen.

Toch bestaat het: leren zonder examens. Onmogelijk, zegt u?

Laat ons even uitleggen waarom onze school, en heel wat andere vergelijkbare scholen, geen examens organiseert en ze zelfs overbodig vindt.

Eerst en vooral een weetje, gewoon voor de volledigheid:
Niets of niemand verplicht een school om examens af te nemen. Scholen moeten enkel aan de doorlichting kunnen aantonen dat de leerlingen worden geëvalueerd binnen het kader van hun eindtermen. Hoe ze dat doen behoort tot de pedagogische vrijheid van de school.

Laten we er eens van uitgaan dat er andere, prettiger, motivender en zelfs doeltreffender methodes bestaan om het leerproces van een kind of jongere te evalueren. Wie naar kinderen kijkt en intens en oprecht met hen in interactie gaat, die ziet welke ontwikkeling ze doormaken. Als je kind op een dag in de buurtwinkel een handvol snoepjes krijgt en ze exact weet te tellen, dan weet je dat je kind kan tellen. Als je tienerzoon zijn zakgeld natelt en meteen weer uitgeeft, dan betekent dat dat hij kan tellen. Je tienerdochter kan enkel chatten of sms’en met haar vriendinnen als ze kan lezen en schrijven.
Wie jongeren de kans geeft zelfredzaam te worden, die ziet dat ze deze zelfredzaamheid gebruiken om bepaalde doelen na te streven.

Laten we er ook maar eens van uitgaan dat leren niet per se synomiem is voor kennis opslaan en reproduceren op een verplicht moment en op een verplichte manier. Dat leren veel meer is en moet zijn dan studeren en cijfers halen. Leren doen we niet enkel op de schoolbanken. Zou het niet tragisch zijn als we na onze schooltijd niets meer bijleerden? Op geen enkel ander moment in het leven leert een kind zo veel en zo snel dan tijdens de baby- en peuterfase, lang voor hij of zij naar school gaat.
Dus als leren niet gelijk staat aan studeren en reproduceren, zijn er dan niet veel geschikter manieren om te weten wat een kind kan en (nog) niet kan en wat het nodig heeft om die vaardigheden te ontwikkelen die essentieel zijn voor zijn of haar functioneren in de samenleving?

Hoe doen we dat op een Sudbury School?
Hier leer je vanuit je eigen motivatie werken en staat je verantwoordelijkheidsgevoel centraal. Motivatie en verantwoordelijkheidszin helpen je alles leren wat je nodig hebt om te functioneren in de samenleving en om het doel te bereiken dat je wilt nastreven. Kennis en vaardigheden pik je vanzelf op, spelenderwijs, door te praten en te luisteren en vrij in interactie te gaan met mensen van diverse leeftijden en met diverse achtergronden, door om je heen te kijken en vrij en ongedwongen je nieuwsgierigheid achterna te gaan.
De school biedt kinderen en jongeren een boeiend kader waarbinnen ze zelfredzaam kunnen worden en focust niet op testen of scores in bepaalde vakken. Vanuit een dergelijke visie zijn examens en toetsen dus compleet overbodige instrumenten.

Wie twijfelt aan het realistische karakter van een examenvrij leerproces, die nodig ik uit om even naar onze verre noorderburen, de Finnen, te kijken.
Het gedoodverfde en vaak bewierookte Finse onderwijsmodel wordt doorgaans beschouwd als modern en vernieuwend. De Finse leerlingen doen het opmerkelijk goed in alle Pisa-lijsten (rangschikking van landen en hun respectievelijke prestaties op onderwijsgebied). Toch vind je in Finse scholen geen puntenklassement, geen schoolinspectie, geen individuele testen of toetsen. Een Finse scholier legt z’n allereerste natonale test af wanneer hij of zij de midddelbare school verlaat op achttienjarige leeftijd. De overheid voert wel op regelmatige basis blinde testen uit bij willekeurige scholieren, maar deze testresultaten zijn enkel voor intern gebruik en de resultaten worden niet openbaar gemaakt.

Het kan dus duidelijk wel: efficiënt leren en je kennis bijschaven zonder examens. Als de Finnen het kunnen, waarom wij dan niet?